GESCHIEDENIS NATIONAAL RAMPENFONDS

De stormramp in Borculo en andere plaatsen leidde op 17 augustus 1925 tot de oprichting van het Nationaal Steuncomite Stormramp, welk comite werd belast met de verdeling van de binnengekomen gelden voor de getroffen gebieden. Op verzoek van het Steuncomite, dat nog een bedrag van ongeveer ƒ365.000,- beheerde, waaraan geen bepaalde bestemming was gegeven, werd door de minister van Binnenlandse Zaken op 6 april 1935 een vergadering belegd, waarin werd besloten tot oprichting van een Nationaal Rampenfonds. Aan de bijeenkomst namen vier grote hulpverleningsorganisaties deel: Het Nederlandse Rode Kruis, De Koninklijke Nationale Bond voor Reddingswezen en Eerste Hulp bij Ongelukken “Het Oranje Kruis”, Het Nederlandsch Rooms Katholiek Huisvestingscomite en De Algemeene Vereenigde Commissie ter leniging van rampen door Watersnood in Nederland (het “Watersnoodcomité”).

De stichting kreeg tot doel: “door het bijeenbrengen van gelden mede te werken tot het leenigen van den nooden, veroorzaakt door natuurrampen, welke de bevolking van eenig deel van het Koninkrijk der Nederlanden treffen”. Het fonds zou alleen de gelden ontvangen en beheren. Uitkering van de gelden zou geschieden door de aangesloten organisaties, die dus zelf geen beroep zouden doen op de bevolking.

De Stichtingsakte met de statuten werd verleden voor notaris A.J.M. Kraft op 9 juli 1935. Het bestuur werd gevormd door vertegenwoordigers van de deelnemende organisaties. Voorzitter werd in 1935 de toenmalige vice-voorzitter van de Raad van State, de jonkheer mr F. Beelaerts van Blokland. In 1953 werd Prins Bernard voorzitter. Hij werd in 1990 opgevolgd door mr. H.E. Koning. Prins Bernard werd erevoorzitter. Het werd gebruikelijk dat het NRK de secretaris leverde en het Oranje Kruis de penningmeester. Het boven vermelde resterende kapitaal werd als stichtingskapitaal van het nieuwe fonds overgedragen.

Van de bovenvermelde organisaties veranderde Het Nederlandsch Rooms Katholiek Huisvestingscomite haar naam later in: Katholieke Stichting Mensen in Nood/Caritas Neerlandica. In 1976 werd “De Algemeene Vereenigde Commissie ter leniging van rampen door Watersnood in Nederland” één der oorspronkelijke deelnemers – geliquideerd. In 1991 kreeg de Stichting Oecumenische Hulp een vertegenwoordiger in het bestuur van het NRF. De Statuten werden gewijzigd in 1941, 1953, 1968, 1977,1996, 1999 (met deze wijziging kon het NRF zijn werk doen binnen het gehele Koninkrijk), in 2011 (afschaffing van de leeftijdsgrens voor de bestuursleden en inbedding Anbi-voorwaarden) en in 2015 (wijziging bestuurlijke inrichting en werkwijze).

Activiteiten door de jaren heen

Het Nationaal Rampenfonds leidde tot aan 1953 een slapend bestaan. Toen werden de statuten van 1935 op twee manieren “overtreden”. In plaats van slechts de nood te lenigen, kregen de uitkeringen van het fonds het karakter van schadevergoedingen. Bovendien werden de gelden rechtstreeks aan gedupeerden uitgekeerd in plaats van via de deelnemende organisaties. Het fonds ging kortom een eigen leven leidden. Eerst in 1968 werden de statuten enigermate aan de praktijk aangepast: de doelstelling werd verruimd van het lenigen van nood tot: “verlening van materiele hulp in de persoonlijk sfeer tot herstel van het woon- en leefmilieu van de getroffenen”. Hierdoor werd rechtstreekse uitkering aan getroffenen in plaats van via de deelnemende organisaties mogelijk en werd het werkingsgebied van het NRF beperkt tot het Koninkrijk in Europa (= Nederland). Ook werd het begrip nationale ramp ingevoerd; aan het bestuur werd overgelaten per geval te beslissen of er wel of niet sprake was van een nationale ramp. In 1999 werd het werkingsgebied statutair weer uitgebreid tot het gehele Koninkrijk, nadat St. Maarten twee maal ernstig was getroffen door een orkaan, waarbij ondanks de statutaire gebiedsbeperking financiele steun is verleend.

Na 1953 heeft het Rampenfonds financiele hulp verleend aan slachtoffers van verschillende rampen:

overstromingen in de Biesbosch (1954)
overstromingen in Tuindorp Oost-Zaan te Amsterdam (1960)
een windhoos te Tricht en Chaam (1967)
de explosie van een mijn te Zierikzee (1969)
stormrampen in het hele land (1973 en 1980)
de aardbeving in Limburg (1992)

de overstroming in Limburg (1993)
de overstroming in het midden zuiden van Nederland (1994)
de orkaan Luis op St. Maarten (1995)
de orkaan George op St. Maarten (1998)
de vuurwerkramp in Enschede (2000)

Het pictogram   wil zeggen dat er een inzamelingsactie is gehouden.

De samenwerking met de overheid werd in 1974 gestructureerd in de Interdepartementale Contactcommissie inzake rampenbestrijding. In 1985 werd deze weer opgeheven. In 2015 zijn de statuten weer in lijn gebracht met de veranderde maatschappelijke context waarin het NRF opereert. Het bestuur heeft een ‘two-tier’-vorm gekregen met een dagelijks bestuur van voorzitter, penningmeester en secretaris, aangevuld tot het algemeen bestuur met vier leden benoemd door de deelnemende organisaties, die meer op afstand staan en daarmee ook een toezichthoudende rol aannemen. De werkwijze is aangepast in die zin dat niet meer wordt uitgekeerd aan individuele slachtoffers maar aan belangenorganisaties die dichter bij de ramp en de uitvoering van de (lokale) hulpverlening staan. Daarmee zal het aantal aanvragen zodanig worden beperkt dat de afhandeling daarvan voortaan weer binnenshuis kan plaatsvinden. Deze werd tot nu toe uitbesteed aan ad hoc opgerichte uitvoeringsstichtingen. Voor de afhandeling van de aanvragen is de beoordelingscommissie geintroduceerd, die per nationale ramp wordt samengesteld uit leden met expertises die aansluiten op de aard van de desbetreffende ramp.

Archief

Alle deelnemende organisaties ontvingen dezelfde archiefstukken. Het Nederlandse Rode Kruis, Het Oranje Kruis en Mensen in Nood zijn vanaf het begin betrokken geweest bij het NRF. Daar zou dus het archief compleet aanwezig kunnen zijn. Bij het Oranje Kruis zijn correspondentie en financiële stukken aanwezig vanaf 1935, notulen vanaf 1947. Bij het NRK zijn deze series aanwezig vanaf 1953. De notulen van 1935-1946 ontbreken dus bij beide organisaties.

Mogelijk zijn deze notulen nog te vinden in het Algemeen Rijksarchief. In de “Inventaris van het archief van het Hoofdbestuur van het Nederlandse Rode Kruis, 1867-1945”, door mr. J.H. Rombach vindt men onder inv.nr. 137 het volgende: Stukken betreffende het Nationaal Rampenfonds, 1927-1942. Het archief van het NRF over de periode 1953-1997 zoals dat bij het Nederlandse Rode Kruis gevormd werd, is nog steeds aldaar aanwezig in het Centraal Archief.

Het archief van het NRF over de periode 1935-1977 zoals dat bij het Oranje Kruis bewaard werd, is in 1992 overgedragen aan het Algemeen Rijksarchief. Doordat het Oranje Kruis de penningmeester leverde, vindt men in dat archief meer financiële stukken.

Het archief van het NRF over de periode 1935-1977 zoals dat bij de Stichting Mensen in Nood bewaard werd, is in [. . .] overgedragen aan het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen.

Het archief van de afhandeling van de uitkeringen met betrekking tot de Vuurwerkramp Enschede (2000 – 2007) wordt gehouden door de gemeente Enschede. De uitvoering daarvan lag bij de stichting Uitvoeringsorganisatie Personenschade Vuurwerkramp Enschede (UPV).

Geraadpleegde literatuur

Verslag der Algemene Vergadering van het NRK van 18 juni 1936, p.47-48. (N.B.: Gedrukt.)

P. Alons, Luitenant-Generaal b.d., Het Nationaal Rampenfonds, Korte Voorgeschiedenis, 1972, Archief NRF/NRK, inv.nr. 15 en 41.

Jonkheer G.M. Verspyck, Het Nederlandsche Roode Kruis (1867-1967), ‘s-Gravenhage en Nijkerk, 1967, pagina 127, 277.